Mediationclausule bindt partijen in de visie van AG Ruth De Bock.

Fred Schonewille.png

Volgens de AG is een afspraak tussen professionele partijen om eerst mediation te proberen voordat een procedure bij een arbiter aanhangig wordt gemaakt (dus een mediationclausule waarin mediation als voorportaal voor een arbitrale procedure is geformuleerd), juridisch bindend.

Als een partij zich niet houdt aan zo’n mediationclausule en de wederpartij op dit punt verweer voert, moet de arbiter de procedure aanhouden totdat partijen alsnog de mediationclausule zijn nagekomen.

Volgens de AG geldt dit niet alleen voor een arbitrale procedure, maar ook voor een rechterlijke procedure. Dus ook als partijen hebben afgesproken om eerst mediation te proberen voordat een procedure bij de rechter kan worden aangespannen, is zo’n afspraak (in beginsel) bindend.

Volgens de AG geldt dit niet alleen voor professionele partijen, maar kunnen ook particulieren een dergelijke afspraak maken. Ook dan is de mediationclausule in beginsel bindend.

Het bindende karakter van mediationclausules is volgens de AG in lijn met de stand in het Europese recht. Ook sluit deze benadering aan bij internationale bronnen en bij het oordeel hierover van rechterlijke colleges in de ons omringende landen.

Dat een mediationclausule een bindend karakter heeft, onderstreept ook het sterk toegenomen belang dat in de rechtspraktijk aan mediation (als een manier van buitengerechtelijke geschilbeslechting) wordt toegekend. Dat geldt zowel in Nederland, in de Europese Unie als in een ruime internationale context.

Dit zijn volgens de AG alle belangrijke argumenten om ook in het Nederlandse recht ervan uit te gaan dat als partijen een overeengekomen mediationclausule niet hebben nageleefd, de rechter of arbiter de procedure aanhoudt totdat aan die clausule is voldaan en partijen alsnog hebben geprobeerd om via mediation hun geschil op te lossen. Niet-ontvankelijkheid of onbevoegdheid zouden te zware sancties zijn.